
De
geschiedenis van plantage Groot Santa Martha voert ons terug naar
de periode rond 1700.
Al in 1696 stond dit landgoed bekend om haar zoutpannen, suikerriet
en veeteelt. Groot Santa Martha had in 1797 nog een suikerrietmolen
en een vervallen distilleerhuis. De bedrijvigheid was er groot.
Van het suikerriet, produceerde men rum en melasa Melasa (=suikerrietstroop
dat gebruikt werd om het vee vet te mesten) totdat in 1825 de verbouwing
van suikerriet op Curacao staakte.
De zoutproductie nam vervolgens de overhand en in de jaren 1884
tot en met 1893 produceerde Santa Martha 90 % van het Curaçaose
zout voor de export naar Nederland. Ook de verkoop van vruchten
en slacht-vee was in deze tijd bijzonder lucratief.
Een poging om sinaasappelbomen te kweken mislukte echter. Verder
stond Santa Martha ook bekend om haar wolproductie, weliswaar van
een inferieure kwaliteit. Eind 19e eeuw start men op Santa Martha
met de export van de Dividivipeulen (Caesolpinia Coriara), dat als
basisingrediënt voor het looien van leer werd gebruikt. Na
de eeuw-wisseling ging men over tot het gebruik van een andere stof
voor het looien, waardoor deze export staakte.
Santa Martha kende een oppervlakte van 554 hectaren die in de loop
der eeuwen terug-gebracht is tot 174.491 vierkante meter. Landgoed
Groot Santa Martha heeft een rijkdom aan historische schatten.
Zo is onlangs een Indigobak opgegraven. Een belangrijke vondst
van groot historisch belang. Indigo is een blauwe kleurstof geëxtraheerd
uit het plantje Yerba di Seis, de Indigofera Suffriticosa,
dat nog steeds op het eiland voorkomt. In deze indigobak werd de
blauwe kleurstof vervaardigd die gebruikt werd voor het kleuren
van stoffen. Deze indigobak is de enigste in haar soort die nog
bestaat op Curaçao en in de rest van het Caribisch gebied.
Bij het uitgraven van de indigobak zijn verschillende historische
artefacten zoals kleipotten en glaswerk aangetroffen.
Noemenswaardig zijn bovendien het landhuis die dateert uit 1696,
de melkkamer, de graanschuur en enkele bijzonder zeldzame waterputten
zoals de Pos di pia pa hende en de Pos di pia pa bestia
en de betonnen T-stukken die de waterverdeling over het terrein
bepaalden.
Stuk voor stuk exemplaren die door hun historische waarde als monumenten
zijn erkend. Geen wonder dat de Fundashon Tayer Soshal zich kan
profileren als beheerder en conservator van een belangrijk stuk
cultureel erfgoed van Curaçao.
Het Landhuis op plantage Groot Santa Marta is een van de weinige
landhuizen die in een U-vorm is gebouwd. Door het typische zadeldak
is af te leiden dat het landhuis in de 17e eeuw is gebouwd. Aan
de bovenkant van de ingangspoort is nog altijd het beeld van de
Heilige Santa Martha te zien. Momenteel is plantage Santa Martha
overheids-eigendom, waar de Fundashon Tayer Soshal, een beschutte
werkomgeving biedt aan minder valide burgers.
|